Dit artikel “De Amsterdamse Wisselbank” verscheen op 17 juni 2013 bij De Dagelijkse Standaard.

Terwijl fractioneel reserve bankieren gekarakteriseerd wordt door een vermenging van de uitleenfunctie met de opslag- en betalingsfunctie, kenmerkt volledig reserve bankieren zich door de afwezigheid van een uitleenfunctie. Een volledige reserve bank heeft enkel een deposito- en een betalingsfunctie. Het afsluiten van leningen, dat wil zeggen het in omloop brengen van spaargelden via investeringen, zal via een separaat mechanisme moeten gebeuren. Er vindt dan ook geen geldcreatie plaats binnen een stelsel van volledig reserve bankieren.

Ofschoon onduidelijk is welke de eerste volledige reserve bank is geweest. Kandidaten hiervoor zijn de Banco di San Giorgio in Genua, de Banco della Piazza di Rialto in Venetië en de Taula de Canvi in Barcelona. De in 1609 opgerichte Amsterdamse Wisselbank is zonder twijfel de bekendste volledige reserve bank.

Opkomst
In het handelscentrum Amsterdam circuleerde toendertijd een onoverzichtelijke hoeveelheid van honderden verschillende munten. De kwaliteit van die munten was vaak niet goed en de daadwerkelijke waarde ervan was onduidelijk omdat nogal wat munten slijtage vertoonden of bewust waren bijgevijld om er kleine hoeveelheden metaal vanaf te slijpen. De officiële waarde was echter nog steeds wat er op de munt stond. Het kon dus goed zijn dat de officiële waarde niet langer overeen kwam met de werkelijke, intrinsieke waarde van de munt. Nu was vrije muntslag toegestaan in Amsterdam, echter, dit was weinig zinvol omdat de intrinsieke waarde van de nieuwe munten hoger zou zijn dan de intrinsieke waarde van de oude, versleten munten terwijl de koopkracht hetzelfde zou blijven. De munt was immers waard wat erop stond. Kortom: een mooi voorbeeld van de Wet van Gresham: bad money drives out good money. De vrije muntslag was desalniettemin populair, alleen resulteerde deze niet zozeer in het slaan van nieuwe munten maar in het omsmelten naar goud- en zilverbaren.

Bloei
De muntonzekerheid was niet goed voor de handel en daarmee niet goed voor Amsterdam. Men had ervoor kunnen kiezen de circulerende munten te waarderen naar hun intrinsieke waarde in plaats van hun nominale waarde maar op initiatief van koopman Dirck van Os werd besloten tot oprichting van een Wisselbank. Hier konden handelaren hun munten en edelmetaal onderbrengen waar het werd getaxeerd (naar gewicht) en bijgeschreven op hun conto in de nieuwe rekeneenheid van de bankgulden. Leningen werden niet verstrekt. De bank beperkte zich tot een opslag- en betalingsfunctie. Rekeninghouders konden bovendien bedragen naar een andere rekening laten overschrijven. Het was een groot succes. De bank was betrouwbaar, het geld stond er veilig (er was tevens een depositogarantie van de stad Amsterdam plus de verplichting om transacties boven de 600 gulden door de Wisselbank te laten uitvoeren), de bankgulden bleek stabiel en werd zo populair dat hij meer waard was dan de munten in circulatie en ook over grens als rekeneenheid werd gebruikt (de VOC op een gegeven moment accepteerde enkel betalingen in bankguldens).

Als gevolg van dat succes openden ook internationale handelsfirma’s rekeningen bij de Wisselbank en werd Amsterdam het financiële centrum van de wereld. In navolging van dit succes openden vergelijkbare banken hun deuren in Middelburg(1616), Delft(1621), Rotterdam(1621) en Hamburg(1619). De Wisselbank was niet goedkoop. Zo kostte het 10 gulden om een rekening te openen en 3 gulden voor elke volgende rekening. Ook crediteerde de bank 5% minder in bankguldens dan het opgeslagen goud en zilver waard was (mogelijk omdat de bankguldens hoger gewaardeerd werden). Per half jaar moesten er bovendien bewaarkosten van een half procent voor goud en een kwart procent voor zilver worden betaald. Daarnaast kostte het overboeken van meer dan 600 gulden 2 gulden per transactie en 6 gulden voor een bedrag lager dan 600 gulden. Dit om kleine betalingen te ontmoedigen. De hoge kosten maakten de Wisselbank tot een elitaire bank, meer dan 3000 rekeninghouders zijn er nooit geweest, maar de soliditeit was belangrijk en de bank bleek zeer winstgevend voor de stad Amsterdam.

Ondergang
Dankzij het volledige reserve karakter doorstond de Wisselbank de nodige stormen waaronder de tulpenmanie, toen toch de nodige kooplieden failliet gingen. Ook tijdens het rampjaar 1672, toen de banken van Middelburg en Rotterdam betalingen aan rekeninghouders moesten opschorten, kon de bank van Amsterdam nog leveren. Aan het succes kwam een eind toen de bank krediet begon te verschaffen. Dat begon al in 1657; in het geheim en eerst een beetje, later meer. Vooral de VOC en de stad Amsterdam leenden veel. Zoals te verwachten ging dat niet goed en in 1790 kwamen de ongedekte leningen aan het licht. De koers van de bankgulden daalde onmiddellijk van een agio van 5% naar een disagio van 2%. De stad Amsterdam wilde nog een aantal keren bijspringen maar het pleit was beslecht. In 1820 sloot de Wisselbank voorgoed de deuren.

Evaluatie
Critici weten, over het algemeen wat laatdunkend, op te merken dat volledig reserve bankieren weinig anders is dan een opslagkluisje met een betalingsfaciliteit. Die constatering lijkt mij volledig juist. Minder juist lijkt me het belang ervan te onderschatten. De Wisselbank levert bewijs voor het belang, niet alleen van betrouwbare bewaring en een efficiënte betalingsfunctionaliteit, maar ook van een waardevast ruilmiddel. Uiteindelijk was het verlangen naar een stabiele, waardevaste munt de voornaamste reden waarom de Wisselbank is opgericht.

Het succes van de Gouden Eeuw (het is moeilijk de VOC voor te stellen zonder de Wisselbank; ze zijn ook zo ongeveer samen ten onder gegaan) bewijst dat economische groei niet afhankelijk is van gemakkelijk verkrijgbaar krediet zoals de voorstanders van fractioneel reserve bankieren eigenlijk tot op de dag van vandaag blijven betogen. Als de grootste economische bloeiperiode uit onze geschiedenis heeft plaatsgevonden nagenoeg zonder easy credit, en als de neergang juist is ingezet erdoor, zou eerder het tegendeel betoogd moeten worden. Deze ervaring argumenteert daarmee tegen het streven naar een lage inflatie van 2% per jaar (omdat u anders niks wilt uitgeven) en vóór het streven naar eigendomsprotectie; ook in de bescherming van de waarde van het ruilmiddel en daarmee uw besparingen. De Wisselbank bewijst daarnaast dat volledig reserve bankieren succesvol en winstgevend kan zijn. Zo succesvol dat klanten van heinde en ver kwamen om hun bankzaken in Amsterdam te regelen; en zo groot was blijkbaar toen, net als nu, de behoefte aan een solide munt en bank.

Toegegeven, er was druk vanuit de VOC en wetgeving van de stad Amsterdam om van de Wisselbank gebruik te maken. Toch was de bank populair zoals ook blijkt uit dit citaat van Adam Smith:

“The bank of Amsterdam has for these many years past been the great warehouse of Europe for bullion, for which the receipts are very seldom allowed to expire or, as they express it, to fall to the bank. The far greater part of the bank money, or of the credits upon the books of the bank, is supposed to have been created, for these many years past, by such deposits which the dealers in bullion are continually both making and withdrawing.”

Het is jammer dat de kosten zo hoog waren waardoor de Wisselbank alleen interessant kon zijn voor de bovenlaag van de samenleving. Ik zie geen reden waarom dit elitaire karakter noodzakelijk is en de service zou daarmee in een moderne variant voor iedereen beschikbaar moeten kunnen zijn. Een eigentijdse variant van volledig reserve bankieren zal er sowieso anders uitzien dan een 17e eeuwse manifestatie. Hoe precies, is niet te voorspellen. Het is aan vindingrijke ondernemers om ideeën uit te werken en ter beoordeling aan consumenten voor te leggen. Het is denkbaar dat de overheid zelf één van de door haar geredde banken omvormt tot een volledige reserve variant. Geen leningen, geen hypotheken, geen investeringen, geen risico en daarmee geen bail-ins of bail-outs. Alleen een rekening, een pinpas en een betalingsfunctie. Zeker wat betreft retail banking zou dat voor een redelijke prijs te doen moeten zijn. Daarvoor moet die markt wel opengegooid worden.

Reacties zijn gesloten.