De oratie van de heer Boonstra op 11 oktober 2013 leek zo veelbelovend. Trots had de Vrije Universiteit Amsterdam op haar website aangekondigd:

“De manier waarop het geld in omloop wordt gebracht, het ‘geldscheppingsproces’, staat als uitvloeisel van de huidige financiële crisis volop in de schijnwerpers. Nogal wat analisten hebben ‘ontdekt’ dat het meeste geld niet door de overheid of de centrale bank in omloop wordt gebracht, maar door commerciële banken. Zij vinden dat de overheid het monopolie op geldschepping zou moeten hebben en dat de huidige situatie dus ongewenst is. Wim Boonstra concludeert in zijn oratie dat het goed is om nog eens kritisch naar de rol van banken in het geldscheppingsproces te kijken.”

Wij, een tiental mensen rondom Stichting Ons Geld, gingen vol verwachting naar deze oratie. Zou het dan toch mogelijk zijn met de gevestigde orde tot een open en gedegen dialoog over de geldschepping te komen? Nee dus. Boonstra’s oratie leek nog het meest op de geloofsbelijdenis van een bankier.

Wie zijn oratie napraat maakt vast kans op een baan bij een bank. Geloofsbelijdenissen passen natuurlijk goed bij de Vrije Universiteit, wier theologische verhandelingen toenemende internationale erkenning genieten. Het bankierscredo dat Boonstra reciteerde sluit naadloos in de Calvinistische traditie. Calvijn verdient ook groot bankierscrediet voor zijn bijdrage aan de opkomst van de financiële woeker in de (eens) christelijke wereld. Wetenschappelijke waarde had Boonstra’s oratie aan de Amsterdamse Zuidas helaas niet. Het was meer een samenvatting van hoe de bankiersgemeenschap naar geld, geldcreatie en de wereld kijkt. En dat is op zich heel waardevol. Want over het algemeen lijken bankiers deze onderwerpen graag te vermijden.

Fier klopte Boonstra, die ook hoofdeconoom van de Rabobank is, zich aan het slot van zijn rede nog op de borst. Hij heeft naar eigen zeggen de eurobond verzonnen. Maar dat is een prestatie! Een bankier die verzint dat een ander – in dit geval Europa – geld bij hem mag lenen. En als anderen, zoals wij, dan zeggen dat de bankier dit geld ‘uit het niets’ creëert, is dat volgens Boonstra beslist onwaar. De inspanning van Europa om aan zijn verplichtingen jegens de bank te gaan voldoen dekt namelijk de creatie van het geld.

Daarmee kwam Boonstra uit op het punt waar we dachten dat de oratie over zou gaan. Als ‘Europa’ en de inspanning die zij levert, de ‘dekking is’ van het geld, waarom zou Europa dan niet zelf haar geld creëren? Waarom dat overlaten aan private banken? Als Europa zelf haar geld maakt blijft ze schuldenvrij. En als ze het aan bankiers over laat, stort ze zich in al maar groeiende schulden. Met bezuinigingen, ellende en afnemende welvaart tot gevolg. Maar deze gedachte wil Boonstra niet volgen. En eigenlijk is dat ook best logisch. Hij is nu eenmaal bankier, denkt als een bankier, oreert als een bankier en schrijft als een bankier. En dat is goed nieuws. Want Boonstra’s oratie en zijn boek Geld speelt (g) een rol. Over de waarde, schepping en vernietiging van geld dat op dezelfde dag verscheen, bieden zeldzaam helder materiaal op basis waarvan de dialoog kan worden aangegaan.

 

“Geld speelt (g)een rol” – Wim Boonstra, VU University Press, 2013

 

Boonstra pretendeert in zijn boek – dat wij meteen hebben gelezen – hardnekkige misverstanden uit de weg te ruimen. Dit doet hij helaas niet. Hij doet eerder het omgekeerde. Iedereen met enige kennis van het geldsysteem ziet dat zijn conclusies gebaseerd zijn op een selectieve literatuurkeuze, een eenzijdige opvatting van de geschiedenis, een dubieuze analyse van de huidige crisis, een op sommige punten onjuiste uitleg (of bankiersuitleg) van het huidige geldsysteem, bedenkelijke framingen het negeren van democratische basisprincipes.

De meest essentiële vragen laat hij bovendien onbeantwoord. Wij kunnen nauwelijks anders dan concluderen dat de heer Boonstra als hoofdeconoom van de Rabobank vooral doet aan belangenbehartiging in plaats van wetenschappelijk onderzoek. Hoewel Boonstra’s werk dus niet bepaald getuigt van grote belangstelling voor andere opvattingen dan die van bankiers, biedt het wel een uitgelezen kans om eens serieus op het bankiersgedachtegoed in te gaan. Deze kans benutten wij graag.

De komende tijd zullen we de stevige kritiek die we hebben op het werk van de heer Boonstra uitwerken en onderbouwen. We willen de heer Boonstra nu al bedanken voor zijn waardevolle bijdrage aan dit debat. Hij heeft het debat verder gebracht door inzicht te geven in zijn denken. Objectief wetenschappelijk kunnen we het echter niet noemen.

Dit is de introductie van een serie blogs ter gelegenheid van de verschijning van het boek ‘Geld speelt (g)een rol; over de waarde, schepping en vernietiging van geld’ (VU University Press, 2013) van Wim Boonstra, chief economist van de Rabobank en bijzonder hoogleraar Economische en Monetaire politiek aan de Vrije Universiteit.

Reacties zijn gesloten.